Systematisch opvolgen van leerlingen

Waarom doe je dat en hoe pak je dat dan aan?

Waarom nadenken over systemen om leerlingen te volgen?

sla link op in klembord

Kopieer

Wanneer je samen nadenkt over het evaluatiebeleid op school, komt bijna automatisch ook een vraag naar het (op)volgen van de leervorderingen die leerlingen maken en het communiceren daarover met collega’s, ouders en derden.

In onderwijs duidt de term leerlingvolgsysteem doorgaans op twee goed te onderscheiden zaken:

  • een schoolbreed (digitaal) systeem waarin systematisch registraties gebeuren om leerlingen op te volgen. We benoemen dit als een leerlingendossier​​​​​​​. In zo’n systeem slaat de school gegevens over een leerling op die het handelen of communiceren vereenvoudigen of ondersteunen. Denk daarbij aan communicatie met de leerling, tussen teamleden, met ouders en derden;
  • een (gestandaardiseerd of genormeerd) instrument dat de ontwikkeling van leerlingen in kaart brengt op één of meerdere vlakken, bijvoorbeeld welbevinden, spelling, ondernemingszin, technische leesvaardigheid… Deze systemen laten de school toe om de leerprestaties van leerlingen te monitoren ten aanzien van een grotere leeftijdsgroep of ten aanzien van externe verwachtingen.

Zin in leren! Zin in leven! stelt geen specifieke eisen aan leerlingvolgsystemen van welke aard dan ook. Het biedt wel een ordeningskader dat taal en criteria bevat om de groei of leerwinst van leerlingen in kaart te brengen en te beoordelen ten aanzien van de te verwachten leeruitkomsten en doelen.

Ook decretaal heb je als school heel wat bewegingsruimte: er is geen verplichting om met een digitaal leerlingvolgsysteem te werken. Het decreet basisonderwijs en het referentiekader onderwijskwaliteit spreken alleen van ‘leerlingen systematisch opvolgen’. Bij de richtlijnen rond inspectiebezoeken wordt -indien aanwezig- toegang gevraagd tot het digitale leerlingvolgsysteem. Je vindt meer informatie in ‘wat moet er’.

In een rapport over gelijke onderwijskansen in het basisonderwijs pleitte het Rekenhof in 2017 voor kwaliteitsvolle leerlingvolgsystemen. Ze omschrijven kwaliteitsvol daarbij als leerlingvolgsystemen die een zicht bieden op de totale voortgang van de leerling, scholen keuzes bieden afgestemd op de eigen context van de school, een duidelijke structuur hebben en aangepast zijn aan het zorgcontinuüm en handelingsgericht werken. Uit dat onderzoek blijkt dat de keuze van een leerlingvolgsysteem dat mikt op een breed portret er wel degelijk toe doet. Het Rekenhof benoemt de concrete systemen echter niet.

Systematisch de totale ontwikkeling opvolgen

sla link op in klembord

Kopieer

De ontwikkeling van leerlingen systematisch opvolgen betekent dat leraren essentiële informatie over de leerlingen op een gelijkaardige manier verzamelen, beoordelen en met mekaar delen. Dat vraagt teamafspraken over de minimale registratie door elke leraar.

Een leraar verzamelt gedurende zijn dagdagelijkse onderwijspraktijk immers ongelooflijk veel informatie over de leervorderingen van zijn leerlingen. Die informatie hoef je niet allemaal en steeds met collega’s te delen. Belangrijk is wel om goede teamafspraken te maken rond wat je wel doorgeeft. Dat kan best in een eenvoudig (digitaal) leerlingendossier.

Een (digitaal) leerlingendossier brengt de totale ontwikkeling van de leerling in kaart/beeld. Leerlingen systematisch opvolgen in een leerlingendossier betekent daarom dat je steeds vertrekt vanuit het geheel van ontwikkeling. De tien ontwikkelvelden van Zin in leren! Zin in leven! zijn een eenvoudige houvast om dat geheel in kaart te brengen.

We hanteren hierbij het begrip leerlingportret: met behulp van heel wat pixels (de dagdagelijkse informatie over leervorderingen) maak je samen een portret​​​​​​​ van een leerling (in 10 ontwikkelvelden).

Je documenteert samen de ontwikkeling van een leerling vanuit de tien ontwikkelvelden (persoons- en cultuurgebonden). Je brengt zo samen de totale persoon van de leerling in beeld. Elke leraar draagt die pixels aan vanuit zijn specifieke opdracht volgens een afgesproken werkwijze.

Het ordeningskader van Zin in leren! Zin in leven! geeft richting. Maak gebruik van de kapstokken die Zill aanbiedt waarbij je steeds fijner gaat kijken (van totaal portret naar pixels):

  • indeling in persoonsgebonden en cultuurgebonden ontwikkeling
  • ontwikkelvelden en -thema’s met hun leeruitkomsten
  • generieke doelen, leerinhouden en leerlijnen met ontwikkelstappen en referentieleeftijden

Daarbij is cruciaal wat je doet met de gedeelde informatie. Noteren alleen is onvoldoende, registratie is slechts een middel ter ondersteuning van een systematische opvolging van leerlingen gedurende hun schoolloopbaan.

Instrumenten om specifieke ontwikkeling te volgen

sla link op in klembord

Kopieer

Er zijn heel wat (genormeerde en gestandaardiseerde) instrumenten beschikbaar waarmee je de ontwikkeling (en dus leerwinst) van individuele leerlingen op één of meerdere vlakken in kaart kan brengen. Zo’n instrument focust zich soms op slechts enkele doelen uit het leerplan. Het biedt een aantal pixels van het totaalbeeld van een leerling. Van belang is dat je vooraf goed inschat wat je met welk instrument kan en wil doen. Werken met een genormeerd instrument biedt als voordeel dat je - naast inzicht in de resultaten van jouw leerlingen - ook de evolutie van leerlingen gedurende hun loopbaan op jouw school kan opvolgen en kan vergelijken met de resultaten van jouw leerlingen ten opzichte van andere scholen uit een gelijkaardige referentiegroep.

Wie op zoek is naar instrumenten om specifieke ontwikkeling te volgen, kan terecht in de materialenbank op de website van Prodia.

Waarvoor gebruiken we gegevens uit een leerlingvolgsysteem?

sla link op in klembord

Kopieer

Gegevens uit een leerlingvolgsysteem bieden vooral kansen tot betere opvolging van een leerling en bijsturing van de eigen onderwijsaanpak. Kwaliteitsverbetering van je onderwijs staat hierbij centraal. Houd steeds voor ogen dat elk leerlingvolgsysteem slechts een registratie-instrument is, geen doel op zich. Het is ook telkens een momentopname. Bekijk het leerlingvolgsysteem als een hulpmiddel om (een deel van) de onderwijskwaliteit in kaart te brengen en op basis daarvan een volgende stap te zetten. Het heeft bijvoorbeeld geen zin om jaarlijks een LVS-spelling af te nemen, hierrond niet te overleggen en het onderwijs zelf niet af te stemmen op het verhogen van de resultaten.

Houd bij het beoordelen van de informatie en het zetten van volgende onderwijsstappen steeds rekening met de focus van het systeem. Je kan met de informatie slechts oordelen over de doelen die in het systeem geregistreerd zijn.

Leerlingvolgsystemen kunnen versterkend werken voor de onderlinge communicatie tussen teamleden en de erin opgenomen informatie is zeker één van de bronnen om op het einde van de basisschool te beslissen over het toekennen van een getuigschrift.

Concreet nadenken over systemen om ontwikkeling te volgen

sla link op in klembord

Kopieer

Met reflectievragen en -opdrachten kan je de eigen schoolvisie op leerlingvolgsystemen versterken en passende keuzes maken. Breng zo de huidige systematiek in kaart. Beoordeel de doelgerichtheid van de instrumenten die jullie momenteel inzetten. Zo krijg je de kwaliteit van jullie leerlingvolgbeleid in beeld, kan je hiaten opvullen en het goed inzetten van alle instrumenten versterken.

Contact

Marijke De Meyst
pedagogisch begeleider
      02 507 06 99
      Bart Masquillier
      pedagogisch begeleider
          0492 73 26 40
          ×
          Kijkt als...
          Niveau
          Regio